Studiemiddag: Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen
25 juni 2010
Op vrijdag 25 juni 2010 organiseerde de VAR Vereniging voor Bestuursrecht een studiemiddag over Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen. Hieronder vindt u een weergave van de aan de orde gestelde vragen, en de presentaties van de sprekers.
Aanleiding
Op 1 oktober 2009 is in werking getreden de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen. Bestuursorganen blijken met veel vragen te zitten over de toepassing van de regeling, zo blijkt uit de hulpvraag bij het ministerie van BZK. Ook rechtshulpverleners is nog niet alles duidelijk, gelet op de fouten die er worden gemaakt bij procedures tegen niet tijdig besluiten. Inmiddels is de eerste rechtspraak afgekomen die een beeld geeft van de (on)mogelijkheden van deze regeling. Maar ook uit die rechtspraak volgt dat er in de praktijk een fors aantal haken en ogen aan de regeling zit.
Dat geldt voor het dwangsomdeel. Zo zijn er veel vragen rond de (verplichte) ingebrekestelling (wanneer kan en moet die worden gedaan?), en ook over de dwangsombeschikking (kan die ook worden uitgelokt?) en tal van andere onderwerpen. Maar ook over het deel dat het rechtstreeks beroep regelt. Wat doen rechtbanken met hun dwangsomverplichting? Wat gebeurt er als niet of te vroeg in gebreke is gesteld? Is het nog zinvol een voorlopige voorziening te vragen?
Verder leven er vragen over de - mogelijke - overlap van de dwangsomregeling met de lex silencio positivo (en de daarin opgenomen dwangsomregeling) en met de verplichting compensatie te betalen voor schending van de redelijke termijn.
Kortom, genoeg reden het onderwerp eens nader onder de loep te nemen. Dat gebeurde op 25 juni jl., aan de hand van inleidingen van deskundige sprekers, gevolgd door een geanimeerde discussie.
Sprekers
- Tijdens de studiemiddag voerde in eerste instantie het woord: mr. Merel Koppenol, jurist bij het ministerie van BZK (directie CZW). Zij gaf uitleg geven over het dwangsomdeel en ging in op de vragen van bestuursorganen.
- Verder hield een inleiding: mr.drs. Rogier Stijnen, stafjurist bij de rechtbank Rotterdam en auteur van het artikel: Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen (I en II, NJB 2010). Hij ging in op de wijze waarop de rechtbanken omgaan met de regeling van het rechtstreeks beroep.
- Tot slot werd een overzicht van (lessen uit) de rechtspraak verzorgd door
mr. Christien M. Saris, advocaat bij Stibbe in Amsterdam, die de problematiek benaderde vanuit de praktijk van de rechtshulpverlener.
Klik hier voor de presentaties van achtereenvolgens:
Koppenol,
Stijnen en
Saris.